PRETERIT IRREGULIER NEERLANDAIS
© 2009 - Luc De Droogh -
LDD-Soft
Complète par le prétérit des verbes mis entre parenthèses!
Ik (bezoeken)
?
gisteren de oude kathedraal.
Het (bestaan)
?
al veel langer.
Wij (kiezen)
?
toen de verkeerde weg.
Toen (winnen)
?
we de wedstrijd.
Waarom (lezen)
?
je de krant niet?
De man (geven)
?
de oude dame een pakje.
Hij (verliezen)
?
al zijn geld.
Meneer Mous (verzenden)
?
ons ook een boodschap.
Marlinde (vallen)
?
met haar fiets.
Het (vriezen)
?
eergisteren nog harder.
(zwijgen)
?
Sonia maar eens een les?
Dat antwoord (weten)
?
David ook al.
Hij (krijgen)
?
geen enkel antwoord op zijn laatste brief.
(zijn)
?
die jongens dan allemaal zo sportief?
Liesbeth (doen)
?
haar best, natuurlijk!