WOORDENSCHAT - TEST 2
Vul in met onderstaande woorden !

tuin ♦ hopen ♦ grond ♦ over ♦ stroom ♦ verkeren ♦ omarmen ♦ wond ♦ uit ♦ keus ♦ heet 
♦ bad ♦ klaar ♦ opzoeken ♦ vangen ♦ klok ♦ malen ♦ door ♦ graden ♦ sluiten
1. A table, c'est servi!Réponse Aan tafel, het eten is !
2. L'horloge est à l'heure.Réponse De loopt gelijk.
3. La pièce donne sur le jardin.Réponse De kamer kijkt uit op de .
4. panser une blessureRéponse een verzorgen
5. par terreRéponse op de
6. le courant électriqueRéponse de elektrische
7. Je n'ai pas de choix.Réponse Ik heb geen .
8. signer un contratRéponse een verdrag
9. Il en reste deux.Réponse Er zijn er twee .
10. Il fait 15 degrès au-dessous de zéro.Réponse Het is 15 onder nul.
11. plusieurs foisRéponse een paar keer / een paar maal / enkele
12. embrasserRéponse / in de armen sluiten
13. en tous sensRéponse kriskras elkaar / schots en scheef
14. boire dans un verreRéponse een glas drinken
15. Comment s'appelle cette montagne?Réponse Hoe die berg?
16. consulter l'annuaireRéponse het telefoonboek raadplegen / in het telefoonboek
17. Nous espérons que tu vas bien maintenant.Réponse Wij dat je nu hersteld bent.
18. prendre un bainRéponse een nemen
19. être en bonne santéRéponse gezond zijn / in goede gezondheid
20. attraper la balleRéponse de bal
.
Generated by GaPeX v.2.2 | Valid XHTML 1.0 | Valid CSS 3.0