Pronoms personnels sujets : Exercice 3


1. Tom en Geert ! Waar zijn ?

2. Mijn naam is Karl. Hoe heet ?

3. Ik drink koffie, en ?

4. Onze nieuwe lerares is aardig. heet mevrouw Peters.

5. Jullie hebben blond haar, maar hebben bruin haar.

6. Is vier uur, hoor !

7. Haar man heet Erik, maar hoe heet ?

8. Wie bent , meneer ?

9. Wij werken veel, maar doen niets !

10. Tom is afwezig, want is ziek.


© 2009 - Luc De Droogh - LDD-Soft