Pronoms personnels sujets : Exercice 2


1. Dat is ons huis ! wonen hier al vijf jaar.

2. ben 30 jaar en mijn vrouw is 28.

3. Pardon meneer, bent de vader van Johan ?

4. Hoe heet ? Wat is je naam ?

5. Dat is Harry. is de vader van Tom.

6. Daar staat het huis van Koen. Is nieuw !

7. Dat is onze auto niet ! hebben een witte auto !

8. De broer van An heet Gert. is 13 jaar.

9. Onze lerares is afwezig. is ziek.

10. Kijk naar Tom en Gert ! spelen samen !


© 2009 - Luc De Droogh - LDD-Soft