Ik bij de kapper.
Ik les in de
klas.
Ik in het
zwembad.
Ik in mijn
bed.
Ik de trein naar
Brussel.
Ik aan
judo.
Ik een kopje
koffie.
Ik de
krant.
Ik met een
vriendin.
Ik een
brief.
Ik op het
platteland.
Ik een pakje
frieten.
Ik in een
restaurant.
Ik een
berg.
Ik
TV.
Ik een
afspraak bij de dokter.