DE HANDBOORMACHINE - Oef. 4
Verbind beide zinnen door middel van "om ... te"!

Ik ga naar de stad. - Ik doe boodschappen. 👉 Ik ga naar de stad om boodschappen te doen.

  1. Ik neem de boormachine mee. – Ik boor een gat in de muur.

    Ik neem de boormachine mee .

  2. Ik maak de handgreep vast. – Ik houd de machine vast.

    Ik maak de handgreep vast .

  3. Hij trekt de stekker uit het stopcontact. – Hij is veilig.

    Hij trekt de stekker uit het stopcontact .

  4. Hij gaat naar de werkplaats. – Hij neemt een werktuig.

    Hij gaat naar de werkplaats .

  5. Ik regel de schakelaar. – Ik boor in een ander materiaal.

    Ik regel de schakelaar .

  6. Hij doet het licht aan. – Hij leest de krant.

    Hij doet het licht aan .

  7. Hij doet de motorkap open. – Hij controleert het oliepeil.

    Hij doet de motorkap open .

  8. Ik ga naar de bank. – Ik haal geld af.

    Ik ga naar de bank .

  9. Hij rijdt naar het benzinestation. – Hij tankt vol.

    Hij rijdt naar het benzinestation .

  10. Ik heb een pen nodig. – Ik maak het proces-verbaal op.

    Ik heb een pen nodig .